Er is niet één harde grens, maar eerder een economische en technische omslagzone. Vanaf ongeveer 60 meter waterdiepte schakelt men in de praktijk over van vastgefundamenteerde offshore wind naar floating offshore wind. De gangbare diepte-indeling:
| Waterdiepte |
Typische technologie |
| 0-40m |
Monopile / jacket (vast) |
| 40-60m |
Jacket / gravity base |
| > +/- 60m |
Floating offshore wind |
Waarom ligt de omslag rond de 60 meter?
- de kosten van vaste funderingen stijgen exponentieel en boven de 60 mteer wordt bottom-fixed snel onrendabel
- floating platforms worden diepte-onafhankelijk: of het nu 80m of 300m diep is, het platform blijft vergelijkbaar
Belangrijke nuance:
Er is geen strikte technische grens: er bestaan vaste funderingen tot 70-75m. En er bestan floating projecten op 40-50m. Maar de economische optiumgrens ligt tussen de 55 en 65m.
Andere factoren die meespelen (want de keuze is niet alleen diepte-afhankelijk):
- bodemgesteldheid (rots, slib, zand)
- afstand tot de kust
- havencapaciteit
- golf- en windcondities
- seriële maakbaarheid